2015/10/21 - 2016/03/10 e.v. Mijn levensverhalen ingedeeld naar aspecten . Aspecten beschreven als een reeks events met enkele toegevoegde korte duidingen . Ten behoeve van de leesbaarheid van het verhaal zijn sommige events wat vereenvoudigd weergegeven .

0. Inhoud
00. Markeerpunten in mijn leven .
Aspect 1. Mijn leven als kind.
Aspect 2. Mijn leertraject
Aspect 3. Mijn levens-overtuiging
Aspect 4. Fantasieen over robotten en de toekomst .
Aspect 5. liefdes-perikelen 
Aspect 6. Studies en werk .
Aspect 7. Sport en gezondheid
Aspect 8. Mijn woonsituatie .
Aspect 9. Sociale en maatschappelijke zaken . 
Aspect 10. Jan.2016 - Uitzicht op mijn toekomst .


00. Markeerpunten in mijn leven .
0.1. mijn geboorte 
0.2. 7 jaar oud: Begin van alles onthouden wat ik meemaak .
0.3. 13 jaar. Begin van systematisch rangschikken van dingen betreffende mijn leven .
0.4. 18 jaar. Ontdekking dat ik niet kan weten wat het beste is .. 
0.5. 22 jaar. Besef van zinloosheid van het leven .
0.6. 28 jaar. Begin van fulltime baan 
0.7. 51 jaar. Dreiging van kanker (ging over) en aanstelling voor IBM machine
0.8. 56 jaar. Eerste eigen huis
0.9. 65 jaar. Einde van betaalde baan

1. Aspect 1. Mijn leven als kind.
1.0 Van mijn geboorte op 20 april 1937 op Uiverlaan 4 te Eindhoven kan ik me natuurlijk niets herinneren . Mijn moeder vertelde mij later dat het om 6 uur in de ochtend was en dat ik bij de geboorte geen teken van leven gaf , dat gebeurde pas nadat ze mij in afwisselend koud en warm water gedompeld hadden .
1.0.1 Ik was het eerste kind van mijn ouders . Na mij kwamen twee zusjes Maja in november 1938 en Stella in september 1940 , en nog een broertje Paul in juli 1946 .
1.1 Mijn aller-eerste herinnering . Vermoedelijk was ik toen 2 jaar en ongeveer 10 maanden oud .
. We rijden in een auto , langs een parkstrook met een rij bomen .
. Mijn moeder vertelt later dat we verhuisden van het ene naar het andere huis in Hilversum , en dat ik in de auto aktief naar buiten keek . 
1.2 Mijn tweede herinnering . Bijna zeker na een mislukte poging van mijn ouders om via de kust te vluchten op 10 of 11 mei 1940 , ik was toen net 3 jaar oud .
. Wij worden met een auto afgezet bij onze grootouders in Amsterdam .
. De volgende ochtend nog op onze slaapplek , zie ik rieten vloerkleedjes liggen , en ik begin ze enthusiast uit elkaar te rafelen . Maja , mijn jongere zusje , doet driftig mee . Na het opstaan zegt mama "Leo dat mag je niet doen , dat weet je toch?" Ik ben erg onder de indruk . Maar oma zegt : "niet erg hoor" . 
1.3 winter 1942 - We gaan de voordeur uit en er ligt een heel dik pak sneeuw .
1.4 15 april 1942 Ik weet : over 5 dagen word ik 5 jaar en over 10 dagen zullen we verhuizen (zoals ik later begrijp , van Hilversum naar Eindhoven) . Ik ben enthusiast .
. Vanaf die dag af heb ik vele (kleine) gebeurtenissen nog jarenlang onthouden .
1.5 20 april 1942 . Mama organiseert een verjaardagsfeestje met kinderen van mijn leeftijd , die ik nauwelijks ken . We zitten aan een grote tafel en drinken limonade en zo . Ik vind er niks aan . 
1.6 Omstreeks zomer 1942 .
. We gaan met de stoomtrein naar oma en opa in Amsterdam . Ik vind het langer duren dan eerdere treinreizen , ja die gingen vanuit Hilversum .
. Na afloop teken ik trams met krijt op straat ,
 die trams had ik gezien in Amsterdam ..
1.7 Ongeveer eind 1942 . Ik ga regelmatig naar buurjongen
 (Leo Boucher bleek later) met vragen over letters e.d. .
1.8 November 1942 . Mama verstuikt haar voet en begint in een behandelkamer in een kelder te huilen en jammert "hoe moet dat nou" - ik ben erg aangedaan en
denk "nu gaat ons leven helemaal veranderen , het wordt nu zwaar" . Maar het valt erg mee . Wel moet mama een paar dagen naar het ziekenhuis .
1.9 Mogelijk in april 1943 . In de middag worden wij , dat is ik en mijn twee jongere zusjes Maja en Stella , door een buurvrouw (mevr de Weeger) te voet gebracht naar het huis ergens anders in Eindhoven van een andere mevrouw (mevr Leeuwin) , deze zet ons savonds op de trein , ze zegt tegen een medereiziger "ze moeten uitstappen in Sittard" . Bij vertrek roept ze "goede reis" . 
. Enkele mensen in de trein praten veel met Maja . Maja praat zoals altijd honderd uit . Als de kaartjesman komt , is er een man die treuzelt met zijn kaartje tonen .
. In Z.Limburg rijden we in het pikkedonker achterop de fiets , ik van meneer Meijer , hij vroeg : "wat ben je stil , zeg eens wat" , waarop ik heel rustig zoiets zeg als "waarom zou ik iets zeggen" .
. Des nachts moeten we achter ronde luiken slapen
 (een of twee dagen later is er gebeld dat het niet meer nodig was) ; we logeren twee weken bij de familie Meijer , en dat is OK .
1.10 Ik sta in de tuin en ik denk : "Ik ben 6 jaar , wat heb ik nog HEEL veel jaren voordat ik 100 ben" .
1.11 Oktober 1943 . Door een val breek ik mijn arm en moet naar het ziekenhuis . Daar krijg ik steeds nieuwe infectie-ziektes en lig daarom 6 weken in het ziekenhuis , 5 weken vanwege besmetting op een kamer alleen , geen bezoek toegelaten . Snachts is het er pikkedonker . Ik heb daar heel veel dromen en nachtmerries , die ik jaren nadien nog kan navertellen .
1.12 . 18 september 1944 : veel gedaver van tanks (die door de stad rijden) . Ik wil de tanks zo graag zien , mama gaat met ons kijken ; ik zie nog net de laatste tank rijden plus veel vrachtwagens .
. Die avond luchtalarm en de hele familie zit in het toilet . De volgende ochtend zien we dat er een huis geraakt is in de straat achter ons .
1.13 Ergens in het najaar van 1944 , mogelijk gestimuleerd door de euforie van de bevrijding : ik besluit om vanaf nu te proberen al mijn herinneringen goed te onthouden . Dit lijkt te lukken . Hoewel ik geleidelijk van die herinneringen toch weer het meeste niet meer kan oplepelen .

1.21 . Juli 1948 - We verhuizen van Eindhoven naar Amersfoort . Ik vind de verhuizing niet leuk , dit in tegenstelling tot de vroegere verhuizingen in mijn kleutertijd , die ik altijd geweldig vond .
1.22 . 12 jaar oud , oktober 1949 - (volgens mijn dagboek) "begin van mijn meerderwaardigheidscomplex" .
. Ik ga inderdaad het geheime gevoel koesteren dat ik "knapper" ben dan iedereen om mij heen , althans op het gebied van de "exacte vakken" , en dat gevoel houd ik nog tot mijn 22ste en later .  
1.23 . 13 jaar oud , januari 1951 . Ik richt een boekje in met inhouds-opgave waarin ik ge-rubriceerd dingen noteer die ik van belang vind .

2. Aspect 2. Mijn leertraject
2.1.1 In Eindhoven op de openbare lagere school aan de Akkerstraat hebben we in de 1e t/m 3e klas als onderwijzeres juffrouw van Gils .
2.1.2 In de 4e klas dhr Ooms , deze neemt ook soms het krante-nieuws met ons door .
2.1.3 In de 5e klas dhr Rienks , deze laat de 3 besten van de klas redeneersommen doen . Jaap is het snelste daarin , dan volg ik .
2.1.4 In de 6e klas leerling van de Oldenbarnevelt-school in Amersfoort met onderwijzer Laseur . 
2.1.5 September 1949 tot juni 1954 - leerling op de Rijks HBS te Amersfoort . Ik haal regelmatig , afgewisseld met klasgenoot Meep Harskamp , de hoogste cijfers van de klas . 
2.2 . Juli 1951 - Ik leer het leerboek (anorganische) scheikunde uit mijn hoofd .
2.3 . eind 1953 . Ik fantaseer over het idee om de bewegingen van de atomen precies te bepalen , en daarmee alle eigenschappen van chemische stoffen te kunnen afleiden ..
2.4 . Juni 1954 - op mijn eindexamenlijst staan vijf tienen als rapport-cijfers voor de exacte vakken , hoewel een ervan niet helemaal terecht is , want ik weet dat ik een foutje heb gemaakt in het vak mechanica .. 
2.5 september 1954 - ik ga wis- en natuurkunde studeren in Leiden .
2.6 december 1956 - ik haal mijn candidaats-examen .
2.8 januari 1957 - ik ga theoretische natuurkunde studeren in Utrecht . Ik vind het zeer interessant maar in April 1957 kom ik tot de konklusie dat de wijze waarop het vak be-oefend wordt me niet aanspreekt , en ik het niet goed begrijp .
2.9 Mei tot juli 1957 - ik bestudeer boeken over Logika en over Rekenmachines .
2.10 september 1957 - ik vervolg mijn wiskunde studie in Leiden .
2.11 Januari 1959 - doctoraal diploma . Ik ben eerder klaar dan de eerste van het jaar boven mij , zeer snel dus . Maar dit is tevens het laatste spectaculaire resultaat dat ik in mijn leven behaal .
2.12 Ik wil nu een proefschrift gaan maken om te promoveren tot Dr .
2.13 Februari tot juli 1959 pogingen om groot wiskunde systeem op te bouwen , dit werd niets.
2.14 Kort samengevat : de studie ging zo voorspoedig , dat ik dacht dat ik alles kon . Ik greep te hoog , zodat er niet veel van terecht kwam .

2.20 En dan mijn werk in vogelvlucht . Een wat uitgebreider overzicht kan je vinden onder aspect 6 "studies en werk".
2.21 zomer 1965 - het promoveren etc. is mislukt . Ik ga nu een baan zoeken als systeem programmeur . Ik vind die bij het "Electronisch RekenCentrum" van universiteit Utrecht . Hier blijf ik tot mijn pensioen . Mijn argument is dan : er verandert al zoveel op het instituut , om ervaring op te doen hoef ik niet van baan te veranderen . 
2.22 Het programmeerwerk en analysewerk gaat me makkelijk af , maar mijn resultaten zijn tamelijk beperkt gebleven . Maar goed , door mijn werk hebben veel klanten hopelijk wat makkelijker kunnen werken .
2.23 Ik ga mij geleidelijk meer richten op levensbeschouwelijke dingen , ik doe wat in het Humanistisch Verbond .

3. Aspect 3. Mijn levens-overtuiging
3.2 januari 1954 - Ik denk erover na waarmee ik me wil bezighouden nu en later . Ik weet het niet , en dan deel ik de activiteiten in het leven in in een zevental sectoren , denkend aan zoiets als : studie en werk , gezin , sport , eten , slapen , uitgaan , vakantie , met de overtuiging dat je aan al die sectoren iets behoort te doen . Deze overtuiging noem ik de AI-regel (Alles Iets) .
3.3 zomer 1955 - ik kom tot de overtuiging dat we nooit zullen weten wat we het beste kunnen doen en wat de zin van ons leven is . Dat is wel lastig .
3.4 Ik hang eigenlijk al vanaf mijn 15e jaar de humanistische levens-beschouwing aan in die zin dat ik aanneem dat er mogelijk wel een hogere macht is maar dat we ons niet kunnen laten leiden door een hogere macht . Je kunt je enigszins laten leiden door wat je medemens wil .
. Ik blijf trouwens wel de waarde zien van een gods-geloof voor veel mensen
3.5 september 1959 - besef dat het leven absoluut zinloos is , en dat je zelf maar een zin in het leven moet leggen . Ik lees "Het Proces" van Kafka .
3.6 april - juni 1961 - Om mezelf strenger onder controle te houden houd ik het regime opstaan om 6 uur en met tussenpauzes van twee uur een weinig eten . Na twee maanden houd ik alweer op met dit regime .
3.7 juli 1962 - omdat ik steeds aan het twijfelen ben wat te gaan doen ga ik een schema vaststellen en opschrijven van wat ik eigenlijk wil en wat daaruit volgt wat ik moet doen dus wil doen , en wat daar weer uit volgt wat ik moet doen dus wil doen , etc . Dit schema is nog meer dan tien jaar nadien mijn leidraad , en daarna is het zo opgenomen in mijn geest dat ik het niet meer nodig heb . Het schemabevat veel kreten waarvan ik nu niet meer weet wat ze betekenen. Een vrije interpretatie van het schema kan je vinden onder leo.horowitz.nl/WilsSchemaInterpret2.jpg .

4. Aspect 4. Fantasieen over robotten en de toekomst .
4.1 Als kind 7 tot 8 jaar oud : mama leest regelmatig voor mij en mijn twee jongere zusjes voor uit de stripverhalen van Heer Bommel en Tom Poes . Een verhaal gaat over het eiland met de blikken mannen , dit fascineert me bovenmate . 
4.2 . 7 tot 8 jaar oud . Ik fantaseer regelmatig over wat ik noem "verdwijnmachines" , "verdubbelmachines" en "tovermachines" . Hoewel ik van die tovermachine niet goed wist hoe je die zou moeten bedienen , met woorden inspreken leek me niet goed , want woorden kunnen verkeerd begrepen worden .
4.5 . 9 jaar oud - Ik schrijf een verhaal over een ruimtereis , met ideeen nage-aapt uit verschillende verhalen .
. In de daaropvolgende jaren schrijf ik meer verhalen van hetzelfde soort .
4.6 mei 1955 - ik fantaseer over een toekomst met "trillioenen rekenmachientjes" , die in de lucht zweven .
4.7 april 1960 - ik schrijf een kort stuk over de Metaalmens over 200 jaar .
4.8 Oct 59 - dec 61 - ik doe diverse pogingen om modellen te maken voor wat ik noem leermachines , vanuit heel verschillende gezichtspunten . Ook filosofeer ik heel veel over het denkproces in mijzelf . Deze pogingen leveren niets op .
4.9 Jan 62 - Ik bedenk een model voor het associatieve aspect van het menselijk denken . Ik heb er nog een verslagje van , dit is ook te vinden op mijn website . Maar er is verder niets uit voortgekomen .
4.10 Febr 62 - Ik fantaseer over een robot-maatschappij die binnen tien jaar te bereiken zou zijn , door bestaande ontwikkelings processen flink te versnellen , dit is natuurlijk wel erg wishful thinking .
4.11 Ik ben en blijf overtuigd dat we als mensen in onze planning rekening moeten houden met een toekomstige Robot-maatschappij , hoewel dat nog 100 a 200 jaar ver weg is .
4.12 Waarbij de mens eigenlijk niets meer te doen heeft , en zich alleen bezighoudt met sport en kunstzinnige activiteiten .
4.13 Je zou kunnen zeggen dat ik verliefd ben op de toekomstige robot-maatschappij .

4.15 2012 - Geleidelijk aan realiseer ik me dat het misschien niet een Robot-maatschappij zal worden maar een Multi-chip maatschappij , waarin de meeste functies verricht of aangestuurd zullen worden door vaak onzichtbare electronische chips , in samenwerking met wereldwijde computer-systemen . 
4.16 De mensen zullen heel veel veel informatie kunnen bekijken , en hun ideeen en wensen kunnen inbrengen .
4.17 2012 - De communicatie-mogelijkheden zijn sterk toegenomen .
4.18 De toekomstige computer-systemen zullen met behulp van die communicatie reeds in een vroeg stadium gevaarlijke conflicten zien aankomen , ze kunnen dan de mensen waarschuwen en eventueel maatregelen nemen , het laatste uiteraard na goedkeuring door daarvoor aangewezen personen . 
4.19 Dit zal de vrede in de wereld bevorderen .
4.20 Ook zullen de medische mogelijkheden sterk toenemen .
4.21 Het blijft altijd mogelijk dat iemand onverwachts toch dood gaat , maar de kans wordt kleiner .
4.22 Blijft over het probleem van de klimaat-opwarming . Ook hier kunnen computers veel hulp bieden .
4.23 Er moeten vooral meer koelings-installaties ,  gekoelde kleding e.d. komen . En veel verhoging en versteviging van zeedijken .
4.24 En diverse zuiverings-installaties , auto's op electriciteit etc. 
4.25 Daarnaast windmolens , zonnepanelen , algenvijvers en meer .
4.26 Maar deze laatsten zullen mogelijk pas komen als olie en kolen op zijn , helaas .
4.29 Tot zover voorlopig mijn gedachten over de toekomst van de maatschappij .

5. Aspect 5. liefdes-perikelen 
5.1 Als jongen van 12 a 13 jaar denk ik wel eens na over trouwen en zo . Ik vind dan dat ik wel wil trouwen maar het moet me geen moeite kosten en ik heb geen zin om veel tijd te spenderen aan de kinderen , de vrouw moet maar voor de kinderen zorgen .
5.2 In de 2e en 3e klas van de HBS zit ik met ongeveer 25 in de klas , waarvan zo'n 7 meisjes . Ik deel een bank met een jongen Meep . Ik haal , soms afgewisseld door Meep , de beste cijfers van de klas .
5.3 Een van de meisjes , geheten Trudi , kletst nogal eens door met haar buurvrouw terwijl de leraar praat .
5.4 Op een dag in mei in de 2e klas zegt de meetkunde-leraar tegen Trudi : 'klets niet zo , kom maar vooraan zitten' . Zij gaat subiet naar voren en gaat zitten in de lege bank vlak voor die van Meep en mij . 
5.5 Ze draait zich om en zegt tegen mij : 'hallo , ik ben 12 jaar' . Ik zei toen : 'o , ik ben 14 jaar' .
5.6 Ik denk dan , wat goed dat ze al zo jong in deze klas zit . Dat vind ik interessant , en ik denk , heb ik nu al mijn vrouw gevonden ? , dat is wel makkelijk , dan hoef ik geen tijd te spenderen aan het zoeken van een vrouw .
5.7 Sinds dat moment kijk ik altijd met verlangen uit naar het meetkunde-uur . Het  is altijd een prettig uur maar ik weet niet hoe ik iets moet maken van de situatie en dat blijft zo ook gedurende het gehele jaar van de 3e klas .
5.8 Dat Trudi ge-interesseerd is in mij blijkt bijvoorbeeld uit een keer dat ze in de klas roept 'een 10 voor Horowitz , ik begrijp er niets van' , overigens wordt ze dan de klas uitgestuurd , en dat ze een keer lief lispelend tegen me zegt 'mijn moeder had een 10 voor wiskunde , misschien jij ook' .
5.9 Eind 3e klas op een mooie dag hebben we met onze klas een excursie per fiets naar het Uddelermeer . Een klasgenoot beweert tegen mij dat verderop in het bos Trudi naakt zit .
5.9.1 Nou goed , ik droom regelmatig van haar .
5.10 Maar dan , in de 4e klas worden Trudi en ik in verschillende klassen geplaatst . Ik voel me erg ongelukkig .
5.11 Ik vind dat ik nu mijn liefde voor haar moet verklaren , en bijvoorbeeld in de pauze even moet gaan lopen met haar . Maar elke keer dat er zich een goed moment voordoet dan denk ik weer , wat moet ik zeggen of zo . Of ik zie haar even praten met een andere jongen en denk dan , ik doe zo stom , ze wil me vast niet meer .
5.12 Dan , in januari van de 4e klas , verschijnt Trudi voor het eerst op onze debating club bij meneer Steller . Ik vind het tegelijk fijn en moeilijk . En ze komt vaker . Maar ik kan er zoals steeds niet toe komen haar te benaderen .
5.13 Dan , maart van de 4e klas , hoor ik haar zeggen tegen een vriendin 'ik had zes onvoldoendes op het kerstrapport' . Ze is dus toch niet zo knap , dit vermindert wel mijn belangstelling voor haar , maar ik blijf steeds aan haar denken .
5.14 Trudi heeft regelmatig uitingen naar mij , het is mij duidelijk dat ze iets van mij verwacht . Maar ik kan er nog steeds niet toe komen iets te doen .
5.16 In juli praat ik erover met mama , en mama overtuigt mij ervan dat ik bij Trudi op bezoek moet gaan , en dan vraag ik haar of ik eens mag komen .
5.17 Trudi zegt ja , en we maken een afspraak . I-k ga er op een avond heen , en we hebben een lang maar moeizaam gesprek , ik eindig met 'als ik je moet helpen met een vak , vraag me maar' , maar we maken geen verdere afspraak .
5.18 Gedurende de 5e klas zie ik haar nog regelmatig , en zij blijft ook heel vriendelijk tegenover mij . Maar hoewel ik Trudi nog steeds interessant vind , voel ik geen behoefte meer om contact te maken .
5.20 Een jaar later hoor ik dat Trudi met haar familie is vertrokken naar Zuid Afrika .
.

5.30 In mijn studententijd , vanaf mijn 5e studiejaar , heb ik mijn belangstelling gericht op Tineke . 
5.31 Zij studeert wis- en natuurkunde net als ik , maar 3 jaar later , en ik leer haar kennen door haar hospitium-voordracht voor toelating tot ons wiskunde-dispuut . Ik vind haar reacties op vragen erg goed .
5.32 Ik vraag haar 1 of 2 keer mee naar ons clubfeest .
5.33 En in het kader van het dispuut doen wij wel eens iets samen , eenmaal huren we een zeilbootje met z'n vieren .
5.34 Zij is altijd vriendelijk maar echte interesse van haar is er niet .
5.35 In mijn 7e studiejaar breng ik nog een bezoek aan haar . Ik besef dan dat het niks zal worden .
5.36 Niet lang daarna trouwt ze met Piet die ik ook goed ken en die natuurkunde studeert . Hij is later gepromoveerd .
5.37 Enkele jaren later , pasen 1965 , ben ik nog eens bij hun op bezoek geweest in Enschede . In 2016 heb ik ze nog eens ontmoet en ze gesproken , op een dies voor alumni .

5.40 Zomer 1961 ga ik naar een werkkamp van 3 weken in Frankrijk . 
5.41 Daar is ook een meisje Kirsten Unkel uit Zweden , klein van stuk , ik vind haar aantrekkelijk . Ze kent haar talen maar spreekt voornamelijk Duits .
5.42 Door een misverstand is zij niet in hetzelfde werkkamp geplaatst als haar twee vriendinnen , zij is dus onverwachts alleen .
5.43 Overdag worden wij ingezet op verschillende plekken . De eerste dag de jongens lekker in het bos , de meisjes op een heet zinken plat dak . Maar savonds gaat Kirsten vaak dicht bij mij zitten . Ik blijf enigszins hard en zakelijk en weet geen contact met haar te maken .
5.44 Hassan uit Marokko weet wel soms contact met haar te maken . Ik voel me nogal stom .
5.45 Kort na thuiskomst krijg ik een korte brief van haar .
5.46 Pas drie weken later schrijf ik haar een brief terug . Er ontstaat een briefwisseling van ruim een half jaar . In de laatste brief doe ik haar de suggestie om op bezoek te komen , 'dass wird spass machen'  . 
5.47 Dat wijst ze af en dat is het einde van onze briefwisseling . Ik vind het teveel moeite om haar weer een brief te schrijven en ik heb nooit meer contact gehad .

5.50 In november 1966 , ik ben dan 29 jaar , heb ik 3 weken contact met Winnie , een onderwijzeres in Amsterdam . Echt liefdesgevoel is er niet .
5.51 Ik ga een paar maal met haar uit naar een toneelstuk , een show on ice , e.d.
5.52 Na drie weken voelen wij geen behoefte meer om een nieuwe afspraak te maken .
5.53 Daarna schrijven wij nog een of twee brieven naar elkaar , en dat is dat .

5.60 In april 1967 doe ik mee met een dating per computer . Ik geef op dat ik vooral een Joodse partner wil . Er worden mij 4 adressen toegestuurd . 
5.61 Met de eerste maak ik contact , maar ik ben zo onwennig en onhandig dat wij na de eerste woorden van mij al uit elkaar gaan . 
5.62 Daarna maak ik met de tweede een afspraak , dat is in Amsterdam , maar zij komt niet opdagen .
5.63 Ik heb de moed verloren , en met de derde en vierde maak ik geen afspraak meer .
5.64 Ik blijf wel open voor het aangaan van een relatie , maar dat moet dan heel vrijblijvend zijn , in de praktijk heb ik maar weinig belangstelling voor een relatie .

5.71 Hier volgt nog een nabeschouwing .
5.72 In oktober 2014 hoor ik van een reunie van de RHBS , en die bezoek ik . Deze reunie brengt bij mij Trudi weer in herinnering .
5.73 Ik vraag me af , had het heel anders kunnen lopen als ik mijn liefde aan haar had betuigd en bijvoorbeeld regelmatig met haar was gaan wandelen in de schoolpauzes ?? Mogelijk had dit geleid tot een prettige relatie met Trudi , althans tijdens de schooltijd . 
5.74 In november 2015 besef ik trouwens dat het waarschijnlijk mis was gelopen en het einde van de relatie geweest was , omdat ik toch niet goed zou weten wat en hoe te praten .
5.75. Maar goed , ik fantaseer , misschien had Trudi dan door hulp van mij wel voldoende cijfers gehaald en de HBS in 5 jaar gehaald . Hoewel zoiets vaak tegenvalt .
5.76 Als ik dan af had gezien van het zoeken van een misschien wel 'betere' huwelijkskandidaat , en als Trudi genoegen had genomen met mijn sterk egocentrisch karakter , dan was ik heel misschien getrouwd en een totaal ander leven gehad als nu . Geen huurders in huis maar Trudi en kinderen . Met de daarmee verbonden verantwoordelijkheden . 
5.77 Idem dito als het iets geworden was met Tineke , Kirsten of Winnie .
5.78 Maar ik denk dat als het er op aan komt , ik zo egocentrisch ben dat ik vrij en onafhankelijk wil blijven en nooit een huwelijk zal aangaan . 

6. Aspect 6. Studies en werk .
6.1 Sept 59 - ik vind een zuiver getalkundig bewijs voor een wiskunde stelling die reeds bewezen was op andere manier , namelijk de zg.fundamentele stelling vd complexe getallen .
6.2 Oct 59 - feb 62 - ik doe op geheel eigen initiatief diverse pogingen om modellen te maken voor wat ik noem leermachines , vanuit heel verschillende gezichtspunten . Ook filosofeer ik heel veel over het denkproces in mijzelf . Deze pogingen leveren niets op .
6.5 Van maart tot juni 1962 schrijf ik een verhaal over wat ik noem "substitutiesystemen" op grond van ideetjes die ik al eerder hierover had . Dit bied ik aan aan een van de hoogleraren . Deze verklaart mij vriendelijk dat hij geen verbanden ziet met bestaande wiskunde , en geen problemen ziet die ermee opgelost zouden kunnen worden . Daarna begrijp ik dat dit verhaal weinig waarde heeft .
6.6 Vanaf sept 1962 ga ik op suggestie van de meetkunde professor onderzoek doen naar zg. Liegroepen . Ik slaag er niet in een nieuwe stelling hierover te vinden , het wordt dus niets, en een jaar later houd ik ermee op .
6.7 Ondertussen word ik in sept 63 aangesteld als zogenaamd student assistent om jongere jaars te begeleiden bij hun wiskunde practicum . Dit gaat mij redelijk goed af . Ik verdien er net genoeg mee om onafhankelijk te kunnen zijn van mijn ouders . Dit doe ik twee jaar .
6.8 In sept 64 ga ik wiskundige logica studeren in Amsterdam . Dit doe ik een jaar .
6.9 Op het wiskunde-congres van pasen 1965 houd ik een korte voordracht over een logica-systeempje . Na een paar vragen hierover van een docent besef ik dat dit systeempje geen waarde heeft .
6.9.1 Aug.65 - Tijdens een zomercursus logica vind ik een nieuw , eenvoudiger , bewijs voor een reeds bewezen stelling over zogenaamde recursieve equivalentie typen .Dit leidt tot het laatste van de twee (korte) wetenschappelijke artikelen die ooit van mij in vakbladen zijn verschenen .
6.10 juli 65 - ik ga solliciteren naar een baan als computer--programmeur .
6.11 sept 65 - Ik word aangenomen bij het Electronisch Reken Centrum van de universiteit Utrecht . In opdracht van mijn baas S. van der Meulen maak ik mijn eerste echte reken-programmas .
6.12 voorjaar 67 - Ik ontdek een zg. bug , een fout in ons Algol systeem waardoor het mogelijk is om zonder controle willekeurige machine-opdrachten uit te voeren .
6.13  Via deze bug maak ik een procedure om onze nieuwe trommel te kunnen gebruiken . 
6.14 zomer 67 - Via dezelfde bug maak ik een procedure om met behulp van de trommel twee of meer programma's automatisch achter elkaar te laten uitvoeren . Mijn baas vindt deze procedures voorbarig en wijst ze daarom af . Maar ondertussen worden ze toch al door een van onze klanten intensief en succesvol gebruikt .
6.15 - dec.69 - Mijn baas geeft mij opdracht om de eerder gebruikte bug te vervangen door nette stukjes programma . Dit voer ik uit .
6.16 - juli 69 - Ik ga leiding geven aan een nieuwe medewerker om een zg. editor te programmeren . Dit duurt een of twee jaar . Het is de enige leiding van een project wat ik ooit heb gedaan , afgezien van een kortdurend project van een week in 1966 .
6.17 - begin 1971 - Ik maak procedures om de nieuw binnengereden opslag-disks te gebruiken .
6.17.1 - voorjaar 1971 - Op verzoek van C. van Aardenne maak ik in samenwerking met R. Silvester procedures om de zg. plotter (die lijntjes kan tekenen) te gebruiken tegelijk met het draaien van andere programma's . Het is het enige project wat ik ooit echt samen met een ander heb gedaan .
6.18 - sept.1971 - ik wis bij vergissing een stuk software , waardoor het weg is , het moet opnieuw geschreven worden .
6.19 febr. 71 - ik zet de zg. Fortran-compiler op een disk .
. Daarbij verzuim ik om de oude Fortran compiler veilig op te bergen .
6.20 - okt.1971 - Ik geef een onduidelijke instructie door aan een machine-operator . Hierdoor wordt de disk waarop de Fortran compiler staat onbedoeld gewist .
6.21 De oorspronkele Fortran compiler is onvindbaar .  Het gevolg is dat voortaan , een jaar lang , wij onze fortran programma's buitenshuis moeten laten draaien , met alle vervoers-vertragingen van dien .
. Ik beschouw dit als een ernstige tekortkoming van mijn capaciteiten .
6.22 -oct.1972 - Eerste dienst op de advieskamer . Het klanten helpen met informatie en kleine adviezen gaat mij redelijk goed af .
6.23 juni 1972 - gesolliciteerd bij SARA academisch rekencentrum , met weinig enthusiasme ; het antwoord was dan ook : u kunt toch in Utrecht blijven .
6.24 Ik wil mij graag verdiepen in communicatie-software , dit is me uiteindelijk nooit gelukt , ik wilde het uit boeken leren maar ik had te weinig studie-discipline . Misschien had ik toch een uitgebreide cursus op dit gebied nodig gehad .
6.25 ongeveer 1974 - gesolliciteerd bij Philips Datacommunicatie Hilversum - afgewezen .
6.26 - Dit is mijn laatste externe sollicitatie . Ik vind eigenlijk dat er zoveel verandert bij mijn huidige werkgever dat het om afwisseling te krijgen niet nodig is om van werkgever te veranderen .

6.31 voorjaar 1973 - de oude computer de EL X8 wordt afgebouwd , er komt een geheel nieuwe computer de CYBER73 . De programmering is nogal anderssoortig .
6.32 Een belangrijk onderdeel van mijn werk wordt het vinden van de oorzaken van computer crashes , dit doe ik met behulp van geheugen-dumps en de source-code van de computer . 
6.33 ongeveer 1985 - er komt opnieuw een nieuwe computer met weer anderssoortige programmering .
6.34 Het werk voor deze computer slaat bij mij niet erg aan , sommige andere werknemers doen het beter , en geleidelijk heb ik minder en minder te doen .
6.35 Ongeveer 1985 - ik loop niet erg warm voor mijn werk en besluit om minder te gaan werken - 70% , vanaf 1997 zelfs 50% .
6.41 januari 1989 - naast de al aanwezige computers komt er voor administratieve taken een aparte computer de IBM 370 .
6.42 Ik solliciteer intern om te werken met deze computer en word aangenomen , als 1 van de 3 personen .
6.43 Gedurende enkele maanden volgen wij cursussen voor deze computer .
6.44 Van januari 89 tot januari 93 werk ik hard voor deze computer (ik werk tijdelijk 100%) , ik ga ook savonds naar het instituut en slaap vaak maar 4 of 5 uur per nacht , op vrijdag werk ik door tot diep in de nacht , omdat we dan de computer volledig tot onze beschikking hebben , en de nieuw gewijzigde programma's kunnen testen , alleen in het weekend werk ik als regel niet .
6.45 Als gevolg van mijn inspanningen ben ik van 1990 tot 1999 de eerste die geraadpleegd wordt bij een probleem met deze computer en meestal weet ik er ook de oplossing voor .
6.46 In 1999 wordt deze IBM computer vervangen door een geheel andere , buiten ons rekencentrum . 
6.50 Vanaf 1997 ga ik programmeren voor een geheel andere computer , een zogenaamde server . Hier ben ik niet erg enthusiast voor en ik heb er weinig succes mee , hoewel ik toch wel enkele problemen goed oplos .
6.51 Maart 1999 wordt ons rekencentrum overgenomen door het software-bedrijf Cap Gemini . Ik blijf werken onder hun vlag tot mijn pensionering in april 2002 .
6.52 Na mijn pensionering kom ik jarenlang nog vaak op het instituut en later op het kantoor van Cap Gemini om een beetje te begrijpen waar mijn oud-collega's mee bezig zijn . Ik kom met de jaren wel minder en minder vaak , sinds 2010 nog maar 1 maal per jaar .
6.53 Nog steeds heb ik vaak een droom dat ik nog een of twee dagen per week naar mijn werk ga om ten behoeve van mijn collega's aan computer programma's te werken .

7. Aspect 7. Sport en gezondheid
7.1 Op school heb ik 2* per week "lichamelijke oefening" . Ik loop altijd bijna achteraan achter de andere jongens . Bij hardloop-oefening hoor ik bij de achtersten , en dat kan me niet schelen .
7.2 In mijn studententijd en nog lang daarna doe ik eenmaal per week mee met een conditie-uurtje , ik ben daarin vrij consequent , als het uur niet doorgaat dan doe ik die week mee op een ander uurtje .
7.3 Daarnaast ga ik een tot driemaal per week een uurtje wandelen met een beetje hardlopen in de buurt .
7.4 Zo'n 5 of meer keer per jaar loop ik mee met een wandeltocht van zo'n 20 of 30 km . Dit vind ik altijd heel prettig .
7.5 In 1972 , op 35-jarige leeftijd loop ik 50 km per dag mee met de Apeldoornse vierdaagse , weliswaar kom ik terug met een door infectie gezwollen been , dit wordt behandeld met antibiotica .
7.6 Vanaf ongeveer die tijd ga ik meedoen met buiten-trimgroepen onder leiding , eerst eenmaal per week , later tweemaal per week , met weinig verzuimingen .

7.9 In 1974 , bij een keuring voor bloed-donatie , wordt bij mij lichte bloedarmoede vastgesteld . Zelf denk ik dat dit niet komt door ijzergebrek maar door mijn hormonale constitutie .
7.11 In 1980 ontwaar ik een bobbel in mijn linkertepel . Ik besluit dan om alle medische behandelingen te ondergaan die nodig zijn om de met deze bobbel verbonden dreiging af te wenden .
7.12 Maar het blijkt goedaardig te zijn , wel wordt het weggehaald . Twee jaar later komt er een bobbel in mijn rechtertepel , wordt ook weggehaald .
7.13 In januari 1988 ontdek ik een onregelmatige zeer donkere plek op mijn rug . Ik zoek erover in medische boeken en durf niet naar een dokter te gaan . En mijn zwager die chirurg is zegt zo van , ik zou me er maar niet druk om maken .
7.14 Op 11 januari 1989 krijg ik , naar aanleiding van een gevoel van permanente doezeligheid , het waanidee dat ik een ernstige kanker in mijn ingewanden of iets dergelijks heb waaraan ik binnen een jaar zal overlijden . Twee dagen lig ik in bed te trillen , vooral mijn benen . Uit angst voor wat komen zal aan pijn en ongemak .
7.15 Ongeveer 2 weken later ga ik voor een pukkeltje op mijn onderbeen naar de dokter , word doorverwezen naar de huidarts , en daar wordt ook de plek op mijn rug gezien en gekonstateerd dat het kwaadaardig is , en het wordt weggehaald . Het is een melanoom en ik moet voor de zekerheid vijf jaar onder controle blijven .
7.16 Toch word ik na een controle van mijn lymfeklieren waar verder niets over gezegd wordt , ongerust en ik krijg opnieuw het waanidee dat mijn leven binnen enkele jaren zal eindigen . 
7.17 Ik schrijf een notitie "visie op levenseinde" waarin ik mijn gedachten neerschrijf . Ook maak ik een adreslijst van mensen te informeren bij mijn overlijden .
7.18 Na een maand word ik overtuigd dat ik waarschijnlijk niet zal overlijden voorlopig . 
7.19 In de daaropvolgende tien jaren zie ik driemaal een plekje op mijn huid waarover ik ongerust word . Het blijkt in alle gevallen niets te zijn .

7.21 februari 1993 - ik voel na het hardlopen steeds een druk links in mijn borst en ik word bang voor een hartkwaal . Ik besluit om voortaan te proberen matig en mager te eten , di. weinig vet maar wel visvet . 
7.22 De cardioloog konstateert dat ik een hartlek van betekenis heb . Hij raadt mij aan om het elk jaar te laten kontroleren . Ik zie het belang daarvan niet zo in .
7.23 Ik laat mijn hartklep een vijftal malen controleren , met afnemende frequentie . De laatste keer begin 2013 . Dan vraag ik ook om een fietsproef . Deze wijst uit dat ik zuurstofgebrek in mijn hart heb . Ik krijg preventieve medicijnen . Maar een half jaar later wordt er een CT-scan gedaan , en daaruit blijkt dat mijn aderen goed zijn . Ik hoef geen medicijnen meer te nemen . 

7.25 mei 1985 - Mijn rechter duim is wit en ontvelt steeds . Tijdens een vakantie gaat het weg , komt weer terug na de vakantie . Dan beplak ik mijn fiets-sleuteltje , en daarna wordt de ontvelling veel minder . Dan weet ik dat ik aanraken van zink moet vermijden . 
7.26 nov.1998 - mijn rechterduim ontvelt weer steeds en gaat bij stoten bloeden .
7.27 nov 1999 - ik krijg kuur met pillen Sporanox ,  juli 2001 itraconazol , sept.2003 - sept.2004 Lamisil, de ontvellingen verdwijnen , ook van de tenen . .
7.28 Sindsdien was ik de tenen elke dag met water . Daarna nooit meer last gehad van teenschimmel , ook niet trouwens van de duimen ..
7.29 Zo zie je hoe soms met de ouderdom het lichaam beter wordt ..

7.31 Van 2005 tot 2012 diverse malen verwijder ik teeken van mijn huid , in 2009 en 2010 enkele pas na 2 dagen , daarom toen een kuur gevraagd en gekregen met Doxy .

7.33 feb 2003 - ik stoot heup , en daarna problemen met lopen . Dokter verwijst mij naar fysio maar daar wordt het niet gevonden . Na een maand zelf naar sportarts gegaan , die ontdekt dat het het SI-gewricht is , werd losgeschud , daarna binnen een paar dagen weer goed .

7.35 - sept.2007 - Ik zie troebel , ik krijg daarna twee kunstlenzen in mijn ogen 
7.36 sept 2009 - Ik laat mijn rechter-oog laseren , waarna ikm ermee dichtbij kan zien . Ik heb 60 jaar een bril moeten dragen maar nu heb ik normaal geen bril meer nodig , een vooruitgang ..

7.38 maart 1983 - Ik loop halve marathon met tennis-schoenen in 100 minuten , maar daarna sterke tinteling in rechter achillespees , van juni 1983 tot maart 1984 loop ik niet hard , wel lange wandelingen , daarna kan ik weer hardlopen .
7.39 mei 2014 - weer last van achillespees , lijkt blijvend te zijn , maar ik loop wel weer voorzichtig hard . Maar ook ga ik nu elke week zwemmen en ga zo'n 2* per maand mee met een lange wandeling .

8. Aspect 8. Mijn woonsituatie .
8.1 Tot mijn 17e en ook daarna nog veel in weekenden , woon ik in het ouderlijk huis .
8.2 Op 11-jarige leeftijd krijg ik daar (op Galvanistraat 7 te Amersfoort) een eigen (kleine) kamer . Dat het maar een heel kleine kamer is , dat deert me niet . Sindsdien woon ik altijd in zulke heel kleine kamers van zo'n 2 bij 3 meter .
8.3 Vanaf 1954 gedurende 11jaar een kamer in Leiden (Fagelstraat 22A) aan de rand van Oegstgeest bij juffrouw Duk , een half uur lopen van de oude universiteit .
8.4 Vanaf 1965 gedurende ruim 10 jaar een kamer in Utrecht (J.v.Effenstraat 50B) bij dhr en mevr.Duyker , de eerste 2 jaar 20 minuten lopen van de werkplek (in binnenstad) , daarna 15 minuten fietsen van de werkplek (in de "Uithof") .
8.5 Vanaf begin 1976 tot 1993 een zolderkamertje bij Tark Wijchers op Jutfaseweg 34 .
8.6 Daarna 9 maanden op een kamer op de 3e verdieping op Ramstraat 35 , bij mevr Dekker .
8.10 In 1994 , ik ben dan 57 jaar oud , ga ik in een eigen huis wonen , in Oudwijk Noord . Ik heb het uitgezocht , het ligt halfverwege het station en de universiteit . 
8.11 Het is niet zo'n groot huis , maar ik vind het wat asociaal om het huis in mijn eentje te bewonen . Ik laat het huis intern verbouwen om er met meer onafhankelijke personen te kunnen wonen .
8.12 In eerste instantie denk ik aan het laten inwonen van een dame . Ik zet een advertentie en er komt 1 dame op af . Maar deze dame haakt na een paar maanden af .
8.13 Dan besluit ik om kamers te gaan verhuren aan buitenlandse studenten . Dat lukt heel goed , eerst krijg ik mensen via het huisvesting-bureautje voor buitenlandse gasten van de universiteit ,.vanaf 2001 via een email-lijst voor gasten van de universiteit , en sinds 2008 krijg ik ze via via .
8.14 Ik hoef er niet zoveel aan te verdienen , maar ik wil ook niet op verliezen . Ik vraag een bescheiden , maar redelijke huurprijs .
8.15 Sinds dec.2001 sla ik de service-kosten zoals gas , om over de huis-bewoners . Dat geeft wel wat werk , elke maand moet ik de gaskosten opnemen en de verdeling berekenen .
8.16 Mijn devies is : laat de huurders hun eigen leven leiden , probeer niet te interfereren .
8.17 Maar ik wil wel weten hoe ze over de kamer en hun huis denken , daarom vraag ik daar wel iets over soms .
8.18 Ik begin in 1994 met 1 huurder , in 1995 twee huurders waaronder mijn eerste vrouwelijke , vanaf 1997 3 huurders , vanaf 2004 vaak 4 huurders , sinds 2010 soms 5 huurders .
8.19 De kamer beneden verhuur ik niet , wel bied ik daar soms een slaapplaats aan , voor maximaal 10 dagen . Mijn boeken staan er . Maar iedere huisbewoner mag ervan gebruikmaken , en dat doen ze ook .
8.20 Ik heb huurders gehad uit veel landen en alle 5 werelddelen , Duitsland 2 , Spanje , Italie 2 , Slovenie , Griekenland , Moldavie , Turkije 3 , USA 3 , Australie , Cuba 3 , Mexico , Ecuador , Peru 2 , Colombia , Argentinie , Marokko , ZuidAfrika , Zimbabwe , Ivoorkust , Ghana , Kenia , Soedan , Iran , Noord Siberie , Indonesie 2 , Thailand 2 , China 7 , Vietnam 10+ .
8.22 Een of meer keren per jaar eten we samen .
8.23 Daarnaast zie ik de huurders vaak in de keuken en spreek ze daar soms .
8.24 Het geeft me een goed gevoel om veel mensen in huis te hebben en zo te kunnen helpen , ik heb er geen last van , nu ja de huurders hebben elk wat minder plaats . 
8.25 De rommel die ze vaak maken neem ik voor lief , ondanks dat het een huurvoorwaarde is dat ze meehelpen aan het op orde houden en schoonmaken van het huis .
8.26 Ik moet wel regelmatig in het huis iets op orde brengen , zoals reparaties verzorgen en dingen vervangen .
8.27 Voorlopig verzorg ik ook de afvoer van vuil en afgedankte spullen , en spullen die achtergelaten worden bij het eindigen van de huur .
8.28 Regelmatig vind ik daarbij spullen die ik goed gebruiken kan .
8.30 Ik neem me voor , om als me dat teveel wordt , om de grote kamer te verhuren aan iemand die het werk doet voor mij . Het zal nog wel moeilijk zijn om een geschikt iemand daarvoor te vinden .
8.31 Het idee is dat in een nog later stadium deze persoon of zijn opvolger mijzelf voorzover dat nodig is kan verzorgen .

9. Aspect 9. Sociale en maatschappelijke zaken . 
9.1 Als klein kind speel ik niet veel met andere kinderen . Ik speel het liefst alleen . 
9.2 Mama ontdekt dat ik in het speelkwartier van de eerste klas steeds alleen sta , en zegt dat ik MOET spelen met de andere kinderen . Dan vraag ik eerst aan een groep meisjes of ik mee mag doen , dat is makkelijker omdat die veel stilstaan , ze zeggen nee ga maar naar de jongens . Nu ja , daarna doe ik mee met de jongens met tikkertje en dergelijke .
9.3 Daarna krijg ik dan wel een oppervlakkig school-vriendje Henk Brakel , later nooit meer iets van gehoord .
9.4 Vanaf september 1944 heb ik contact met een achterbuurjongen Jan Kamp . Via mijn zuster Maja heb ik nog steeds contact met hem .
9.5 Soms spelen we verstoppertje in de straat . Dit wordt vooral ge-initieerd door mijn zusje Maja , die in tegenstelling met mij , juist heel graag samenspeelt met andere kinderen .

9.6 Op 13-jarige leeftijd ga ik naar de padvinderij . We moeten een barak schuren en opschilderen . Als dat klaar is gaan we een spel doen met tenten en zo . Het bevalt me helemaal niet en ik houd na twee maanden mee op met deze padvinderij .
9.7 Ik zie dan op school een advertentie voor een paddestoelen-excursie van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie . Ik ga erheen en word enigszins enthusiast . Sindsdien ga ik veel zaterdagen of zondagen mee , tot mijn 20e jaar .
9.8 Mijn zusjes worden ook lid . Gedurende een half jaar in 1954 ben ik ook voorzitter van de afdeling .
9.9 Ik ga ook naar paaskampen e.d. en elke zomer naar 10-daagse zomerkampen tot mijn 20e jaar .

9.10 Sinds mijn 15e doe ik actief mee met de Debating Club van de school .
9.11 Op 17 jaar ga ik studeren en word lid van het Leids Studenten Corps . Ik praat veel met ouderejaars en wat minder met jaargenoten .
9.12 Daar wordt ook de LSC-jaarclub Camelot gevormd , waarvan de leden steeds meer mijn vrienden zijn geworden .

9.20 Op 15-jarige leeftijd woon ik een lezing bij van Dr Schut over het Humanisme . Ik vind het interessant .
9.21 Op 19 jarige leeftijd word ik lid van de Studenten Vereniging op Humanistische Grondslag . Ik ben het erg eens met hun uitgangspunten .
9.22 In 1965 in Utrecht word ik dan lid van het Humanistisch Verbond ,  met het motief dat ik samen met anderen over de problemen wil praten en zwakke mensen wil helpen . 
9.23 Dat concreet mensen helpen is overigens nooit wat geworden . 
9.24 Ik bezoek regelmatig de lezingen op zondag-ochtend en later op avonden in de week . In het weekend vaak ook in Eindhoven .
9.25 Vanaf begin 1966 doe ik mee met de Humanistische JongerenGroep , deze houdt maandelijks bijeenkomsten in de werfkelder van het HV-gebouw op Oudegracht 152 , de eerste drie jaren onder leiding van Marie Westeneng , later getrouwd met Leon de Smet uit Gent . We praten over diverse dingen betreffende mens en maatschappij . 
9.26 Gedurende een half jaar ben ik penningmeester van deze groep en breng een verwarde administratie op orde .
9.27 Een soort vervolg is de Huma25plus-groep , die maandelijks bijeenkomt van 1969 tot 1977 . Vanaf 2006 jaarlijkse reunies . Van deze bijeenkomsten maak ik steeds korte notities en die breng ik rond bij de leden .
9.28 Daarna neem ik nog deel aan drie andere soortgelijke praatgroepen . Twee daarvan lopen nog steeds , en goed . Van deze twee groepen verzorg ik al vele jaren de communicatie , en ik begeleid ze ook min of meer . 
9.29 Sinds omstreeks 2001 houd ik ook de website bij voor HV afdeling Utrecht .

9.31 Sinds 2010 bezoek ik de maandelijkse D66-cafe-debatten , met de bedoeling om misschien wat mee te praten over concrete maatschappelijke problemen . Dit lukt niet erg , maar ik blijf dit "D-cafe" bezoeken .
9.32 In 2011 word ik lid van D66 , voornamelijk om de partij te steunen . Ik ga ook wat congressen e.d. bijwonen , maar prettig of leuk vind ik ze niet .

9.35 Daarnaast ga ik sinds mijn pensionering vaak naar algemene diskussie-bijeenkomsten , tot meerdere malen per maand . Een enkele keer maak ik plenair een opmerking , maar verder beperk ik me tot het praten in de wandelgangen . 
9.36 Een probleem is dat er de laatste jaren geen pauze is , zodat er weinig overblijft van de wandelgangen . 
9.37 Meer en meer ga ik naar bijeenkomsten waarin men in kleine groepen gaat praten over de problemen .
9.38 Sinds 2012 ga ik ook naar de stads-dialogen en het Socratisch Cafe . Daar wordt eigenlijk niet zozeer over problemen gepraat , maar je probeert daar vooral om samen een fijn of mooi gesprek op te bouwen . Goed voor de saamhorigheid .

9.40 Mijn relatie tot het jodendom .
9.41 Als jongeman geloofde ik in de waarde van een aparte joodse groep . Deze joodse groep mocht dan wel over de wereld verspreid blijven .
9.42 Daarom was het ook mijn ideaal om met een joodse vrouw te trouwen . Terzijde dit is niet gebeurd omdat ik denk ik niet in welk huwelijksbootje dan ook wilde stappen , vanwege teveel verplichtingen .
9.43 In 1958 - 1959 bezoek ik in het kielzog van mijn zusje Stella de lunches van de Nederlandse Zionistische Studenten Vereniging in Leiden . 
9.44 Omstreeks 1966 in Utrecht word ik ook lid van de Nederlandse Zionistenbond , en van de jongerengroep IJAR .
9.45 In 1967-1968 leer ik Iwriet , de taal van Israel , en breng het tot de kennis van 500 woorden . Niet slecht , de meeste joden kennen er minder .
9.46 Van 1968 tot 1997 bezoek ik Israel zesmaal .
9.47 Ook steun ik Israel via CIA met grote bedragen .
9.48 Omstreeks 1980 word ik lid van de Nederlandse Israelitische Gemeente . 
9.49 Maar geleidelijk aan ga ik een aparte joodse groep steeds minder interessant vinden .
9.50 Ook heb ik weinig belangstelling voor hun bijeenkomsten , maar ik ga er wel eens naar toe .
9.51 Vanaf 1970 begin ik de politiek van Israel verkeerd te vinden . Ze moeten de in 1967 veroverde gebieden teruggeven en aanslagen van palestijnen minder hard bestrijden , want dat wakkert de haat aan . Ik denk zo , als je de palestijnen wat met rust laat dan zullen ze op den duur enigszins genoegen nemen met hun situatie . 
9.52 Ik denk ook dat het een slecht voorbeeld is voor andere landen , die voelen zich dan vrijer om ook dergelijke methodes te gebruiken .
9.53 In 2002 sluit ik me aan bij EenAnderJoodsGeluid , die ook Israel's politiek afkeurt .
9.54 Ik ga naar een aantal van hun bijeenkomsten , maar ach , je schiet er zo weinig mee op , vind ik .

9.60 Op dezelfde gronden vind ik de buitenlandse politiek van de USA niet altijd goed , al sinds de Vietnam-oorlog .
9.61 Vooral met.bombarderen moet je voorzichtig zijn vind ik , je wekt er veel haat mee op . En ik twijfel er ernstig aan of het wel effectief is . 
9.62 Ik ga graag naar diskussies over deze dingen , want ik wil me er echt in verdiepen .
9.63 Ook de nationale vreemdelingenpolitiek vind ik belangrijk , en ik ga graag naar diskussies hierover .
9.64 Ik vind de vreemdelingenpolitiek van de westerse landen , in het licht van de weerstand van de "autochtonen" , overigens wel goed , hoewel het altijd beter kan .

10. Aspect 10. Jan.2016 - Uitzicht op mijn toekomst .
10.0 De hoofd-vraag voor mij was , en is nog steeds , wat is de blijvende bijdrage van mijn leven voor de wereld ?
10.10 Van mijn hoofd-droom , bijdragen aan de robot-maatschappij is niet veel terechtgekomen . Met mijn neven-droom , bevorderen van een vreedzame wereld , ben ik nog steeds bezig , zie verderop , onder punt 10.2 .
10.11 Nu ja , door mijn software-aanpassingen op het computercentrum konden een aantal mensen van de utrechtse universiteit beter gebruikmaken van de computer . Waardoor die mensen misschien een beetje meer resultaat hadden .
10.12 Daarnaast leerden die mensen ook een beetje beter hoe computers te gebruiken , en ze zo een beetje meer vertrouwen in software kregen , waardoor die mensen wat meer gebruik gingen maken van computers , en indirect er ook iets meer geld beschikbaar werd gesteld voor verdere ontwikkeling van software . 
10.13 Van nieuwere computer-systemen weet ik weinig . Ik geef nu nauwelijks nog adviezen over computers , dat laat ik nu liever over aan jonge mensen .
10.14 Ik denk dat mijn concentratie-vermogen afgenomen is en nog steeds afneemt . Of dat meer door afnemen van interesse komt of meer door zwakkere neuronen , dat weet ik niet .

10.20 Ik heb mijn aandacht geleidelijk verlegd naar een ander aspect van de droom , namelijk dat de mensheid zal blijven , met veel aandacht voor verre-toekomst-scenario's .
10.21 En dat de mensheid niet door atoom-oorlogen of iets dergelijks tot een einde zal komen , of anderszins verlamd wordt door zelfzuchtige dictaturen en dergelijke . 
10.22 Een goed ge-organiseerde maatschappij zal deze risico's verminderen en nuttige activiteiten van mensen bevorderen .
10.23 Onze samenleving , ik merk dat ik er graag over nadenk om die te verbeteren , op mijn manier dan . Zoals hoe om te gaan met conflicten . Ondanks dat ik ervaar , dat veel andere mensen daar een betere kijk op hebben dan ik . 
10.24 Ik vind het leuk om erover te praten met anderen , daarom ga ik graag naar diskussie-bijeenkomsten , en ook wel naar forums en lezingen . Via internet is interactie veel moeizamer .
10.25 Van groot belang is verder op welke manier mensen praten over verschillen van mening . Zoals de dialoog-methode , waarin mensen proberen de waarde van de mening van de ander in te zien en te erkennen , en idealiter proberen tot een synthese te komen .
10.26 Graag wil ik mensen overtuigen van de waarde van deze en dergelijke methoden .
10.27 Ik verwacht wel , door het afnemen van mijn concentratie-vermogen , dat het denken en praten over deze dingen inhoudelijk steeds magerder zal worden .
10.28 Maar voorlopig heb ik het er druk genoeg mee , tezamen met mijn lichamelijke activiteiten en de dingen die ik doe voor mijn huis met zijn 5 inwoners .
10.30 Over een aantal jaren zal ik mijn interesse voor deze dingen wel gaan verliezen . Wat is dan nog mijn bijdrage aan de maatschappij ? Nu ja , 
10.31 Als consument kies ik uit wat ik koop , en onderga ik soms medische handelingen , dat heeft geringe stimulerende en sturende effecten op de maatschappij denk ik dan . 
10.32 Toch denk ik , mijn bijdragen voor de toekomst zijn niet meer echt de moeite waard . Er is vind ik eigenlijk weinig verloren als mijn leven nu eindigt .
10.33 Wel wil ik nog mijn levensverhaal opschrijven , in een leesbare vorm , en toegankelijk voor iedereen , zodat mogelijk ge-interesseerden er kennis van kunnen nemen en er misschien iets van kunnen leren .
10.34 Hoewel ik beslist graag in de wereld van de levenden blijf , ben ik lang niet meer zo bang voor mijn einde als ik als jonge man was .
10.35 Als ik niet meer wilsbekwaam ben en blijf , dan hecht ik geen waarde meer aan mijn leven en mag het eindigen . Maar hoe , dat laat ik over aan de mensen in mijn omgeving .


* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *